Anticonceptiepleister: werking, gebruik en advies
De anticonceptiepleister geeft via de huid oestrogeen en progestageen af aan de bloedbaan. Deze hormonen onderdrukken de eisprong. De pleister is een alternatief voor het dagelijks slikken van de pil, maar is wel een gecombineerde hormonale methode met eigen gebruiksregels en gezondheidsrisico’s.
Elke week een nieuwe pleister
Volgens het gebruikelijke schema draag je een pleister zeven dagen en vervang je die daarna door een nieuwe. Dat doe je drie weken achter elkaar. Daarna volgt een week zonder pleister. Vervolgens begin je met een nieuwe pleister aan de volgende cyclus. Tijdens de pauze kan een bloeding optreden.
Spreek met je zorgverlener af op welke dag je de pleister verwisselt en zet een herinnering. Voor de eerste keer gebruiken of overstappen van een andere methode gelden aparte aanwijzingen. Vraag daarbij nadrukkelijk vanaf welk moment je beschermd bent.
Waar je op moet letten bij het aanbrengen
Plak de pleister op een schone, droge plek op de huid die daarvoor geschikt is. Zorg dat strakke kleding er niet steeds langs schuurt. Kijk in de productinstructies op welke lichaamsdelen je de pleister mag plakken en controleer regelmatig of die nog goed vastzit.
Een praktisch verschil met de ring is dat je niets vaginaal hoeft in te brengen, maar wel een pleister op je huid draagt. Vergeleken met het implantaat moet je de pleister regelmatig zelf vervangen. Welke optie prettiger is in het dagelijks leven, hangt er ook van af of je last hebt van een zichtbare pleister of mogelijke irritatie op de plek waar die is geplakt.
Als de pleister loslaat of je bent vergeten hem te vervangen
Wat je het beste kunt doen, hangt af van het moment in de gebruikscyclus en hoelang de pleister niet goed heeft gezeten. Lees de bijsluiter en vraag zo snel mogelijk advies aan de apotheek of je zorgverlener. Vertel daarbij of je seks hebt gehad zonder aanvullende bescherming en wanneer dat was.
In sommige gevallen heb je tijdelijk aanvullende anticonceptie of noodanticonceptie nodig. Ga er niet van uit dat een stukje pleister dat nog vastzit automatisch voldoende bescherming biedt. Als de pleisters vaker loslaten, is het verstandig om het gebruik ervan te laten beoordelen.
Waar je voor je gezondheid op moet letten
Huidirritatie en veranderingen in het bloedingspatroon kunnen voorkomen. Ook andere klachten, zoals misselijkheid of gevoelige borsten, zijn mogelijk. De pleister geeft bovendien een verhoogd risico op bloedstolsels. Dat de hormonen via de huid worden opgenomen, betekent dus niet automatisch dat de pleister milder is of voor iedereen geschikt.
Bespreek eventuele aandoeningen en alle medicijnen die je gebruikt voordat je de pleister gaat gebruiken. Vertel ook over kruidenmiddelen. Bepaalde medicijnen kunnen de bescherming verminderen. Krijg je klachten of ben je niet tevreden over deze methode, dan kun je andere opties bespreken.
De anticonceptiepleister beschermt niet tegen seksueel overdraagbare infecties. Daarvoor kun je bijvoorbeeld ook condooms gebruiken.