Niet gecategoriseerd

Hechtingsstijlen bij volwassenen: meer inzicht in nabijheid en afstand

Hechtingsstijlen beschrijven hoe mensen nabijheid en onzekerheid in relaties ervaren. Misschien zoek je na een ruzie meteen bevestiging, terwijl de ander eerst afstand nodig heeft. Zulke verschillen kunnen aanleiding zijn om over jullie behoeften te praten. Eén ruzie zegt echter niet welke hechtingsstijl bij iemand past.

Twee vragen achter de bekende typen

Onderzoek naar romantische relaties bij volwassenen kijkt vaak naar twee dimensies: hoe bang ben je voor afwijzing of dat de ander er niet voor je is? En hoe ongemakkelijk vind je het om anderen te vertrouwen of van hen afhankelijk te zijn? Deze kenmerken heten hechtingsangst en vermijding. Ze komen in verschillende mate voor en zijn geen vaste hokjes. Hechtingsonderzoeker Chris Fraley legt dit uit.

Welke hechtingsstijlen worden onderscheiden?

Een veelgebruikt model brengt mogelijke combinaties onder in vier patronen. Het overzicht van Shaver en Fraley beschrijft deze typen als vereenvoudigde gebieden binnen de dimensies.

Patroon Wat ermee wordt bedoeld
Veilig Weinig angst voor afwijzing en weinig vermijding van nabijheid.
Angstig gepreoccupeerd Meer zorgen over de relatie en relatief weinig vermijding van nabijheid.
Afwijzend vermijdend Meer vermijding van nabijheid en relatief weinig hechtingsangst.
Angstig vermijdend Zowel hechtingsangst als vermijding zijn sterker aanwezig.

De termen beschrijven patronen, geen ranglijst van goede en slechte mensen. Een uitslag van een vragenlijst verklaart niet alle conflicten en vertelt je ook niet wat je partner van plan is.

Wat helpt in het dagelijks leven?

Begin met een situatie, niet met een etiket. In plaats van „Jij bent vermijdend” kun je bijvoorbeeld zeggen: „Na onze ruzie wist ik twee dagen lang niet wanneer we weer zouden praten. Ik heb behoefte aan een duidelijke afspraak.” Zo vertel je wat je dwarszit en wat je graag zou willen.

Als jij zelf afstand nodig hebt, kun je antwoorden: „Ik wil dit uitpraten, maar het wordt me nu even te veel. Laten we vanavond om acht uur verder praten.” Daarna is het belangrijk om te bespreken of deze afspraak voor jullie allebei werkt en om je eraan te houden.

Deze drie vragen kunnen je helpen om voor jezelf helderheid te krijgen:

  • Wat is er daadwerkelijk gebeurd en wat vermoed ik alleen?
  • Wat heb ik nu nodig: nabijheid, rust, duidelijkheid of een grens?
  • Welk concreet verzoek wil ik uitspreken?

Je kunt bijvoorbeeld opmerken: „Er is nog geen antwoord op mijn bericht gekomen” en tegelijk erkennen: „Ik ben bang dat ik niet belangrijk ben.” Die angst verdient aandacht, maar bewijst nog niet wat de ander denkt.

Kan dit veranderen?

Hechtingspatronen kunnen veranderen door relaties en ervaringen. Ze zijn niet volledig willekeurig, maar ook niet onveranderlijk. Fraley beschrijft in zijn onderzoek het verband tussen stabiliteit en verandering.

Je hoeft jezelf niet eerst in een type in te delen om grenzen te stellen. Begrijpelijke angst rechtvaardigt geen druk of het negeren van je wensen. Als jullie steeds in hetzelfde conflict belanden, kunnen jullie hulp zoeken in plaats van elkaar steeds weer met nieuwe hechtingstermen te verklaren.