Niet gecategoriseerd

Schaamheuvel: ligging, opbouw en functie

De schaamheuvel is de zachte, door vetweefsel opgevulde verhevenheid boven het schaambeen, boven de schaamlippen. Je kent hem misschien als venusheuvel of onder de anatomische naam Mons pubis. Hij hoort bij de vulva en is niet de clitoris of de vagina.

Waar ligt de schaamheuvel precies?

Op een afbeelding van de uitwendige geslachtsorganen vind je hem bovenaan, op de plek waar de onderbuik overgaat in het genitale gebied. Daaronder liggen de buitenste schaamlippen. De schaamheuvel en de buitenste schaamlippen bevatten vetweefsel; vanaf de puberteit kan daar schaamhaar groeien.

De termen op zo’n afbeelding beschrijven verschillende delen:

  • Schaamheuvel: de door vetweefsel opgevulde verhevenheid boven het schaambeen.
  • Vulva: de verzamelnaam voor de uitwendige geslachtsorganen.
  • Clitoris: een apart orgaan waarvan het grootste deel zich in het lichaam bevindt.
  • Vagina: het inwendige kanaal; de opening ligt tussen de binnenste schaamlippen.

Dit onderscheid helpt ook wanneer je een aanraking of klacht beschrijft. ‘Bovenaan, op het behaarde gedeelte’ betekent iets anders dan ‘vlak bij de ingang van de vagina’.

Wat is de functie van het vetkussentje?

Het zachte weefsel kan druk en stoten opvangen, bijvoorbeeld bij lichamelijk contact. Hoe aanraking daar voelt, verschilt per persoon: sommige mensen vinden zachte druk op de schaamheuvel prettig, anderen ervaren die als neutraal of onaangenaam. Je hoeft een aanraking niet prettig te vinden alleen omdat een informatieve tekst deze plek als gevoelig beschrijft.

Moet dit gebied er plat uitzien?

Nee. Niet iedere vulva ziet er hetzelfde uit. Het vetweefsel hoort bij de opbouw van dit lichaamsgebied. Een schematische afbeelding laat zien waar de verschillende delen liggen; het is geen voorbeeld waaraan je lichaam qua vorm en verhoudingen moet voldoen.

Het is daarom nuttiger om je af te vragen wat voor jou vertrouwd is dan om jezelf met één afbeelding te vergelijken. De normale vorm van je lichaam is iets anders dan een nieuwe, plaatselijke verandering.

Als je een nieuwe verandering opmerkt

Nieuwe knobbeltjes, aanhoudende jeuk, zwelling of pijn moeten door een arts worden beoordeeld. Huidveranderingen kunnen bijvoorbeeld worden veroorzaakt door irritatie of ontstoken haarzakjes; alleen aan het uiterlijk is de oorzaak niet betrouwbaar vast te stellen. Probeer in de spreekkamer zo precies mogelijk te vertellen waar de plek zit en hoelang je die al opmerkt.