Hoeveel zaadcellen zitten er in een zaadlozing?
Het aantal zaadcellen dat bij een zaadlozing vrijkomt, verschilt. Het vaak genoemde aantal van 39 miljoen is geen algemeen minimum en ook geen gemiddelde. Het is een onderste referentiewaarde voor het totale aantal, die wordt gebruikt bij de beoordeling van een spermaonderzoek. Op basis hiervan alleen kun je niet bepalen of een zwangerschap mogelijk is.
Totaal aantal en concentratie: wat is het verschil?
Op een uitslag kunnen verschillende getallen naast elkaar staan. De eenheid laat zien wat ze betekenen:
- Volume in milliliters: de hoeveelheid van het volledige spermamonster.
- Concentratie in miljoenen per milliliter: het aantal zaadcellen in een bepaalde hoeveelheid vloeistof.
- Totaal aantal in miljoenen: het aantal zaadcellen in het volledige monster.
Het totale aantal bereken je door het volume met de concentratie te vermenigvuldigen. Bij 2 milliliter en 20 miljoen zaadcellen per milliliter komt dat neer op in totaal 40 miljoen zaadcellen. Bij eveneens 2 milliliter, maar 30 miljoen per milliliter, zijn het er 60 miljoen. Dit zijn rekenvoorbeelden, geen persoonlijke streefwaarden.
Wat betekenen de referentiewaarden?
| Meting | Onderste referentiewaarde |
|---|---|
| Totaal aantal | 39 miljoen per zaadlozing |
| Concentratie | 16 miljoen per milliliter |
| Volume | 1,4 milliliter |
Deze waarden zijn gebaseerd op de spreiding van resultaten bij mannen van wie de partners binnen twaalf maanden op natuurlijke wijze zwanger werden. Ze geven elk ongeveer het vijfde percentiel aan: ongeveer vijf procent van deze referentiegroep zat onder de betreffende waarde.
De getallen beschrijven dus een referentiegroep. Ze vormen geen harde grens tussen vruchtbaar en onvruchtbaar. Je kunt de onderste referentiewaarden voor volume en concentratie bovendien niet met elkaar vermenigvuldigen en de uitkomst gebruiken als een nieuwe referentiewaarde voor het totale aantal. Elke rij beschrijft een afzonderlijke meting.
Is een hoog totaal aantal automatisch goed?
Het aantal zegt niet hoeveel zaadcellen vooruit bewegen of welke vorm ze hebben. Ook deze kenmerken worden bij een spermaonderzoek bekeken. Voor een medische beoordeling zijn daarnaast je voorgeschiedenis en eventueel andere onderzoeken van belang.
Een afwijkende waarde op zichzelf is daarom geen definitief oordeel. Bespreek de volledige uitslag met je behandelaar. Die kan ook met je bekijken of een nieuw monster nodig is, zodat je niet op basis van één getal op internet zelf een diagnose stelt.
Wat beïnvloedt de betrouwbaarheid van het monster?
Volg voor het onderzoek de specifieke instructies van het laboratorium voor het opvangen van het monster. Vertel het als je niet het volledige monster hebt opgevangen. Als het totale aantal wordt berekend, is het belangrijk dat de volledige hoeveelheid is meegenomen.
Vertel ook over medicijnen en recente ziekte tijdens het gesprek. Stop daarom niet zelf met medicijnen. De behandelaar bepaalt welke informatie relevant is voor je uitslag en of rekening moet worden gehouden met het moment van het onderzoek.
Welke vraag helpt bij het bespreken van de uitslag?
Je kunt in plaats van alleen „Is mijn aantal te laag?” vragen: „Welke waarden wijken bij mij af, hoe hangen ze samen en wat betekent dat voor onze volgende stap?” Zo kijk je naar de volledige uitslag en jouw situatie, niet naar één afzonderlijke grenswaarde.