Niet gecategoriseerd

De prostaat: functie, ligging en verschillen met omliggende organen

De prostaat is een klier onder de blaas. Hij maakt een deel van het vocht aan dat vrijkomt bij een zaadlozing. Zaadcellen zelf ontstaan in de testikels. De prostaat ligt vóór de endeldarm en omsluit een deel van de urinebuis. Ligging en functie van de prostaat.

Wat de prostaat bijdraagt aan het zaadvocht

Het ejaculaat bestaat uit zaadcellen en vocht van verschillende klieren. Naast de prostaat leveren vooral de zaadblaasjes een bijdrage. De namen kunnen verwarrend zijn: zaadblaasjes zijn klieren en niet de opslagplaats waar zaadcellen ontstaan. De klieren van het voortplantingssysteem.

Structuur Belangrijke functie
Prostaat Voegt vocht toe aan het ejaculaat.
Zaadblaasjes Maken ook bestanddelen van het zaadvocht aan.
Bijbal Dient voor de verdere rijping en opslag van zaadcellen.
Urinebuis Voert urine en, bij een zaadlozing, het ejaculaat naar buiten.

Zaadcellen komen via de afvoerwegen voor zaadcellen in de urinebuis terecht. De prostaat is een klier rond een deel van dit kanaal; hij is niet hetzelfde als het kanaal zelf. De route van zaadcellen en de functie van de urinebuis.

Waarom de prostaat invloed kan hebben op het plassen

Omdat de urinebuis door de prostaat loopt, kan een vergroting ervan de afvoer van urine bemoeilijken. Mogelijke klachten zijn vaker aandrang, een zwakke urinestraal of moeite om het plassen op gang te brengen. Zulke symptomen bewijzen echter niet dat je een bepaalde prostaataandoening hebt. Een onderzoek kan andere oorzaken, zoals een urineweginfectie, helpen onderscheiden. Prostaatveranderingen en plasproblemen.

Wanneer je medisch advies nodig hebt

Bespreek nieuwe of aanhoudende plasproblemen en bloed in je urine of zaadvocht met een zorgverlener. Zoek meteen hulp als je helemaal niet meer kunt plassen. Ook koorts of koude rillingen in combinatie met plasproblemen moeten snel worden onderzocht.

Vragen om je gesprek met de arts concreter te maken

Als je tijdens een afspraak te horen krijgt dat er een verandering aan je prostaat is vastgesteld, kun je vragen: „Wat is er precies vastgesteld?” en „Verklaart deze bevinding mijn klachten?” Vraag ook welke vervolgonderzoeken nodig zijn en waar je tot die tijd op moet letten. Zo houd je algemene anatomische informatie gescheiden van de vraag wat die voor jouw persoonlijke situatie betekent.